ECLI:NL:RBROT:2002:AF1374
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bijstandsuitkering voor vluchteling met discrepantie verblijfsstatus kinderen
Eiser, een vluchteling met een verblijfsvergunning geldig tot 2005, ontving bijstand als alleenstaande. Na verhuizing naar zelfstandige woonruimte met partner en twee kinderen, werd bijstandsuitkering toegekend naar de norm van een alleenstaande met toeslag van 20%. Verweerder handhaafde dit besluit, omdat de kinderen volgens de GBA geen geldige verblijfsstatus hebben (code 31).
Eiser betwistte dit en stelde dat de vreemdelingendienst een fout maakte in de GBA, waardoor de verkeerde code werd vermeld. De rechtbank oordeelde dat verweerder zorgvuldig onderzoek deed en dat de vreemdelingendienst uitsluitsel moet geven over de verblijfsstatus. De discrepantie tussen het verblijfsdocument van eiser en de GBA-code van de kinderen leidt ertoe dat de bijstandsnorm terecht op alleenstaande is vastgesteld.
De rechtbank verwierp het beroep omdat geen dringende redenen waren om de bijstandsnorm te verhogen en verweerder niet onrechtmatig handelde. Het beroep werd ongegrond verklaard en verweerder hoefde geen proceskosten te betalen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de bijstandsuitkering blijft toegekend volgens de norm van een alleenstaande.