ECLI:NL:RBROT:2003:AN9297
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- P. van Zwieten
- W.I. Degeling
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van arbeidsongeschiktheid en toepassing CBBS bij WAO-uitkering
Eiser, die sinds februari 2000 arbeidsongeschikt is als projectmanager, kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering van 80-100%. Bij de eerste herbeoordeling in 2002 gebruikte verweerder het nieuwe Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) in plaats van het oude Functie Informatie Systeem (FIS). Dit leidde tot een herziening van de uitkering naar 55-65% arbeidsongeschiktheid. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn psychische klachten en fysieke beperkingen.
De rechtbank constateert dat het CBBS een modulaire en op mogelijkheden gerichte methode is, waarbij de arbeidsdeskundige functies selecteert die aansluiten bij de bekwaamheden van de verzekerde. Hoewel de rechtbank vaststelt dat de toelichting van de arbeidsdeskundige per functie ontbreekt, acht zij dit in deze zaak niet doorslaggevend omdat voldoende gegevens aanwezig zijn voor toetsing. Wel oordeelt de rechtbank dat de functie "Confectie, meubel, dekkleden naaister" onvoldoende passend is vanwege stofbelasting.
De overige functies "Vleeswarenmaker, slachter", "Inpakker" en "Samensteller kunststof en rubberindustrie" worden als geschikt beschouwd. De rechtbank concludeert dat de herbeoordeling en het bestreden besluit rechtmatig zijn en verklaart het beroep ongegrond. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot herziening van de WAO-uitkering blijft in stand.