ECLI:NL:RBROT:2003:AO0922
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen korting WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten
Eiser ontvangt sinds oktober 2002 een WW-uitkering. Verweerder legde een korting van 20% op gedurende 16 weken op omdat eiser niet aan de sollicitatieplicht voldeed: hij had in een periode van vier weken niet elke week minimaal één concrete sollicitatie verricht.
Eiser voerde aan dat hij actief naar werk zocht, zich inschreef bij uitzendbureaus en gebruik maakte van verschillende bronnen, maar verweerder stelde dat hij niet voldeed aan de sollicitatieplicht. De rechtbank constateerde dat eiser in de week van 4 tot 11 november 2002 geen sollicitatieactiviteit had verricht.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met de individuele omstandigheden van eiser en onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat eiser bij een meer actieve houding een meer dan hypothetische kans op werkhervatting had gehad. Daarom hield het bestreden besluit geen stand en werd het beroep gegrond verklaard.
Verweerder moet binnen acht weken een nieuw besluit nemen, waarbij ook het verzoek om schadevergoeding moet worden betrokken. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan eiser vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit tot korting op de WW-uitkering wordt vernietigd.