ECLI:NL:RBROT:2004:AQ6960
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag Power Trike; scootmobiel en aanvullend openbaar vervoer als goedkoopst adequate voorziening
Eiser vroeg op 5 maart 2003 een vervoersvoorziening aan in de vorm van een Power Trike, een motorframe dat aan een rolstoel kan worden bevestigd. Verweerder wees dit verzoek af omdat een scootmobiel gecombineerd met aanvullend openbaar vervoer als een adequate en goedkoper alternatief werd beschouwd. Eiser maakte bezwaar en stelde dat het prijsverschil tussen de Power Trike en een scootmobiel niet groot was en dat hij geen aanvullend openbaar vervoer nodig had vanwege zijn eigen auto.
De rechtbank overwoog dat het gemeentebestuur volgens de WVG zorg moet dragen voor verantwoorde voorzieningen die doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht zijn. Het protocol waarop eiser zich beriep was niet door verweerder vastgesteld en kon daarom niet als toetsingsmaatstaf gelden. De rechtbank stelde vast dat de scootmobiel in combinatie met aanvullend openbaar vervoer een adequate voorziening vormt en dat verweerder niet verplicht is tegemoet te komen aan de wens van eiser om de Power Trike mee te nemen in zijn auto.
Verder achtte de rechtbank de kosten van de scootmobiel lager door bruikleen en hergebruik, ondanks dat de nieuwprijs van de Power Trike en de duurste scootmobiel dicht bij elkaar liggen. De scootmobiel wordt bovendien inclusief WA-verzekering verstrekt. Er waren geen bijzondere omstandigheden die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de Power Trike is ongegrond verklaard; scootmobiel met aanvullend openbaar vervoer is goedkoopst adequate voorziening.