ECLI:NL:RBROT:2004:AR2320
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.E.A.A. ten Berg-Koolen
- E. Mentink
- M.A. van der Laan
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid gemeente en DCMR wegens onvoldoende handhaving bij brand CMI
De zaak betreft een brand op 28 februari 1996 bij CMI Container Masters te Rotterdam, waarbij grote schade ontstond aan opgeslagen goederen van diverse eisers. CMI had meerdere overtredingen van hinderwetvergunningsvoorwaarden, met name op het gebied van brandveiligheid. DCMR en de gemeente waren op de hoogte van deze overtredingen en de gevaarlijke situatie, maar hebben onvoldoende handhavend opgetreden.
De rechtbank stelt vast dat DCMR en de gemeente ondanks herhaalde waarschuwingen en controles geen passende maatregelen hebben genomen om naleving van de vergunning af te dwingen. Dit nalaten wordt als onrechtmatig beschouwd, mede omdat de handhavingsplicht ook strekt tot het voorkomen van brandschade aan goederen van derden.
Er is een causaal verband tussen het onrechtmatig handelen van gedaagden en de door eisers geleden schade. Eisers hoefden niet zelf onderzoek te doen naar de veiligheid bij CMI, aangezien gedaagden op de hoogte waren van de risico’s en een zorgplicht hadden. Diverse eisers zijn ontvankelijk verklaard in hun vorderingen, waaronder verzekeraars die in de rechten van hun verzekerden zijn getreden.
De rechtbank veroordeelt de gemeente en DCMR hoofdelijk tot vergoeding van de schade, nader op te maken bij staat, en wijst overige vorderingen af. De kosten van de procedure worden aan gedaagden opgelegd.
Uitkomst: Gemeente Rotterdam en DCMR zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de door eisers geleden schade door onvoldoende handhaving van hinderwetvergunningsvoorwaarden bij CMI-brand.