ECLI:NL:GHSGR:2011:BP8578
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M.A.F. Tan-de Sonnaville
- A.V. van den Berg
- P.M. Verbeek
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid gemeente en DCMR voor brandschade door onvoldoende handhaving milieuvergunning CMI
CMI Container Masters exploiteerde een opslagbedrijf voor gevaarlijke stoffen in Rotterdam en beschikte over een milieuvergunning met voorschriften voor brandpreventie en opslag. De DCMR constateerde in 1995 meerdere overtredingen van deze voorschriften, waaronder het ontbreken van brandblusmiddelen en het opslaan van gevaarlijke stoffen in te grote hoeveelheden en onjuiste ruimtes. Ondanks waarschuwingen en controles werden de overtredingen niet adequaat aangepakt.
Op 28 februari 1996 ontstond een brand in een loods van CMI, veroorzaakt door een chemische reactie van calciumhypochloriet. De brand verspreidde zich snel door de te geringe afstand tussen opslagklampen en de grote hoeveelheid oxiderende stoffen. Diverse goederen van PSC en verzekeraars werden beschadigd of vernietigd.
De verzekeraars en PSC stelden de gemeente Rotterdam en DCMR aansprakelijk wegens onvoldoende handhaving. Het hof oordeelde dat de gemeente en DCMR onvoldoende voortvarend en dwingend hadden gehandeld ondanks de acute gevaren en dat zij daardoor onrechtmatig nalatig waren. Het hof verwierp het verweer van de gemeente dat beleidsvrijheid en het ontbreken van een handhavingsplicht tot vrijwaring leidden.
Verder stelde het hof vast dat het causaal verband tussen de overtredingen en de brand en schade aanwezig was, ook al was CMI in strafrechtelijke zin niet schuldig bevonden aan het ontstaan van de brand. De vorderingen van PSC en de verzekeraars werden grotendeels toegewezen, met uitzondering van die van Axa die haar vorderingen introk. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank Rotterdam, vernietigde het vonnis voor zover het Axa betrof en wees de vorderingen van Axa af.
De zaak omvatte complexe vragen over handhavingsplicht, beleidsvrijheid, relativiteit, eigen schuld en subrogatie. Het hof benadrukte dat de gemeente en DCMR een zorgvuldigheidsnorm hadden geschonden door niet adequaat op te treden tegen de overtredingen, waardoor de schade aan derden kon worden toegerekend.
Uitkomst: Het hof bevestigt de aansprakelijkheid van de gemeente Rotterdam en DCMR voor de brandschade door onvoldoende handhaving en wijst de vorderingen van PSC en verzekeraars toe, behalve die van Axa.