ECLI:NL:RBROT:2005:AT7370
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom wegens overtreding Wet toezicht kredietwezen
De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening tegen een last onder dwangsom opgelegd door De Nederlandsche Bank (DNB) aan Goodwood Investments B.V. (GWI). Deze last betrof het staken van het aantrekken van opvorderbare gelden van het publiek via bepaalde Garantieplannen, in strijd met artikel 82 van Pro de Wet toezicht kredietwezen 1992 (Wtk 1992).
Na een onderzoek door toezichthouders ontstond het vermoeden dat GWI met haar producten de Wtk 1992 overtrad. Ondanks dat GWI stelde de verkoop van de Garantieplannen te hebben gestaakt, constateerde DNB dat deze producten nog via tussenpersonen werden aangeboden. Ook was onduidelijk of het Plus Plan 20+ onder het verbod viel, mede vanwege een mogelijke terugkoopgarantie in de voorwaarden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de last deels te ruim was geformuleerd, met name omdat GWI ook verantwoordelijk werd gehouden voor het handelen van derden buiten haar directe tussenpersonen. Tevens was de begunstigingstermijn van ongeveer acht uur te kort, waardoor een deel van de last niet stand zou houden. De schorsing van de last werd daarom deels verlengd tot zes weken na de beslissing op bezwaar of beroep. Het verzoek om verdere schorsing werd afgewezen, mede omdat GWI de verkoop van de Garantieplannen had gestaakt en het Plus Plan 20+ niet onder de last viel.
Tot slot werd DNB veroordeeld in de proceskosten van GWI.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek om volledige schorsing af, maar schorst deels de last onder dwangsom wegens te ruime formulering en korte begunstigingstermijn.