ECLI:NL:RBROT:2005:AT8142
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling vergoeding proceskosten na herroeping besluit arbeidsongeschiktheid
Eiser had een uitkering op grond van de WAO die door het UWV per 29 oktober 2003 werd ingetrokken wegens een vermeende vermindering van arbeidsongeschiktheid. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV ongegrond werd verklaard. Eiser stelde vervolgens beroep in bij de rechtbank. Tijdens de procedure werd eiser medisch onderzocht door een onafhankelijke psychiater, waarna het UWV een nieuw onderzoek instelde. Dit leidde tot een nieuw besluit waarin het UWV het eerdere besluit introk en de mate van arbeidsongeschiktheid onveranderd op 80 tot 100% vaststelde.
Hoewel het nieuwe besluit tegemoet kwam aan het beroep van eiser, weigerde het UWV te beslissen over het verzoek tot vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in de bezwaarprocedure. De rechtbank oordeelde dat het beroep mede tegen dit nieuwe besluit was gericht en dat het eerdere besluit wegens aan het UWV te wijten onrechtmatigheid was herroepen. Hierdoor had het UWV op het verzoek tot vergoeding van proceskosten moeten beslissen en deze moeten toekennen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk wegens vervallen belang en verklaarde het beroep tegen het tweede besluit gegrond. Het tweede besluit werd vernietigd voor zover het weigerde te beslissen over de kostenvergoeding. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten in bezwaar en beroep, begroot op in totaal €1.449. De uitspraak werd gedaan door rechter L.A.C. van Nifterick op 17 mei 2005.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten na herroeping van het besluit over arbeidsongeschiktheid.