ECLI:NL:RBROT:2005:AU0044
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over verlenging loondoorbetalingsverplichting wegens onvoldoende reïntegratie-inspanningen
Eiseres, een werkgever, werd door het UWV geconfronteerd met een verlenging van de loondoorbetalingsverplichting voor een werkneemster die een WAO-uitkering had aangevraagd. Verweerder stelde dat eiseres onvoldoende reïntegratie-inspanningen had verricht, wat leidde tot een sanctie van verlenging van de loondoorbetaling met zes maanden.
De rechtbank oordeelt dat hoewel onvoldoende reïntegratie-inspanningen zijn vastgesteld, het besluit tot verlenging van de loondoorbetalingsverplichting in strijd is met de artikelen 3:2 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht. Dit omdat het besluit onvoldoende gemotiveerd is en niet zorgvuldig is genomen, mede doordat nalatigheden niet duidelijk zijn toegerekend aan de juiste periode.
Feiten tonen aan dat de werkneemster sinds december 2003 ziek was en dat er sprake was van een arbeidsconflict dat mediation niet kon oplossen. Eiseres heeft onvoldoende gepoogd het conflict te doorbreken, maar het loon stopzetten was onzorgvuldig. De sanctie is bovendien disproportioneel omdat de situatie grotendeels voortkomt uit omstandigheden voorafgaand aan de sanctieperiode.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit, verklaart het beroep gegrond en veroordeelt verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige en goed gemotiveerde besluitvorming bij het opleggen van loonsancties in het kader van reïntegratieverplichtingen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot verlenging van de loondoorbetalingsverplichting wordt vernietigd.