ECLI:NL:RBROT:2004:AR2466
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F. Stuurop
- L.A.C. van Nifterick
- A. van Sonsbeeck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging loonsanctie wegens strijd met evenredigheidsbeginsel in WAO-reintegratiezaak
Eiseres, een handelsonderneming, had een loonsanctie opgelegd gekregen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) wegens het niet tijdig aanleveren van een compleet reïntegratieverslag bij een WAO-aanvraag van een werkneemster. De sanctie hield in dat de loondoorbetalingsplicht van de werkgever met vier maanden werd verlengd. De werkgever maakte bezwaar en stelde dat de sanctie disproportioneel was, mede omdat het herstel van de rechtmatige situatie minder tijd vergde dan de opgelegde vier maanden.
De rechtbank overwoog dat artikel 71a, negende lid, van de WAO bepaalt dat de duur van de loonsanctie moet worden afgestemd op de aard en ernst van het verzuim en de periode die nodig is voor herstel. De standaardperiode van vier maanden uit de beleidsregels van het UWV achtte de rechtbank overwegend punitief en niet in overeenstemming met deze wettelijke bepaling. In het onderhavige geval was de overschrijding van de hersteltermijn slechts twee dagen en was het UWV reeds in staat om de reïntegratie-inspanningen te beoordelen.
De rechtbank concludeerde dat de loonsanctie buiten verhouding was en vernietigde het besluit. Tevens werd het door eiseres betaalde griffierecht vergoed. De werkneemster had geen partij genomen in de procedure, ondanks een heropening van het onderzoek om haar gelegenheid te geven deel te nemen. De uitspraak benadrukt het belang van een proportionele toepassing van sancties in het kader van de WAO-reintegratieverplichtingen.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot verlenging van de loondoorbetalingsplicht wegens strijd met het evenredigheidsbeginsel.