ECLI:NL:RBROT:2005:AU0663
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Schorsing last onder dwangsom aan Marokkaanse bank wegens overtreding toezicht kredietwezen en verzekeringsbedrijf
De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek om voorlopige voorziening van Banque Centrale Populaire S.A., gevestigd in Casablanca, tegen lasten onder dwangsom opgelegd door De Nederlandsche Bank wegens overtredingen van de Wet toezicht kredietwezen 1992 (Wtk 1992) en Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 (Wtv 1993). De lasten betroffen het staken van bancaire activiteiten via bijkantoren in Nederland, het beëindigen van bemiddelingsactiviteiten in verzekeringen zonder vergunning, het stoppen van reclame-uitingen en het informeren van cliënten over het niet langer verlenen van financiële diensten.
Verzoekster betwistte dat haar Nederlandse vestigingen bancaire of verzekeringsactiviteiten verrichten en voerde onder meer aan dat zij slechts ondersteunende diensten verleenden aan cliënten in Nederland, zonder zelfstandige rechtspersoonlijkheid of vergunning. Verweerster stelde dat verzoekster in strijd handelde met de Wtk 1992 en Wtv 1993 door via bijkantoren in Nederland krediet aan te trekken en verzekeringen te bemiddelen zonder vergunning.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster een spoedeisend belang had bij schorsing, maar dat de vastgestelde feiten niet in geschil waren. De activiteiten van de bijkantoren vielen onder het verbod van artikel 38 en Pro 82 van de Wtk 1992 en artikel 180 van Pro de Wtv 1993. De lastoplegging was gegrond en proportioneel. De rechtbank schorste de lasten 1 en 2 tot veertien dagen na verzending van het vonnis en lasten 3 en 4 tot drie dagen na verzending, met het oog op rechtszekerheid en belangenafweging.
Uitkomst: De rechtbank schorst deels de last onder dwangsom opgelegd aan verzoekster met beperkte termijnen.