ECLI:NL:RBROT:2005:AU1178
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over Warenwetboete wegens niet naleven Hygiënecode horeca
Eiser exploiteert een ambulante handel in Indonesische producten en kreeg een boete van €450 opgelegd wegens overtreding van voorschriften uit de Warenwet, specifiek het niet naleven van de Hygiënecode voor de horeca. Na bezwaar en beroep stelde de rechtbank vast dat uit de stukken onvoldoende duidelijk werd wat precies het verwijt was, terwijl de rechtbank wel aannam dat eiser niet volgens de Hygiënecode had gewerkt, onder meer vanwege het ontbreken van registratie van temperatuurmetingen.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd was en dat verweerder onzorgvuldig had gehandeld door niet duidelijk te maken welke overtredingen precies waren geconstateerd. Desondanks werd de boete niet gematigd omdat de financiële situatie van eiser niet zodanig slecht was dat matiging gerechtvaardigd was.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, verklaarde het beroep gegrond, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand en bepaalde dat de Staat het betaalde griffierecht aan eiser moest vergoeden. De uitspraak benadrukt het belang van duidelijke motivering en de noodzaak van naleving van voedselveiligheidsvoorschriften ter bescherming van de volksgezondheid.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.