ECLI:NL:RBROT:2005:AU3128
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst na zwangerschap en weigering deeltijdwerk
Een werkgeefster heeft de ontbinding van de arbeidsovereenkomst verzocht met een werkneemster die na haar zwangerschapsverlof parttime wilde gaan werken. Hoewel aanvankelijk overeenstemming leek te bestaan over deeltijdwerk, heeft de werkgeefster dit later afgewezen en aangegeven de arbeidsovereenkomst te willen beëindigen.
De werkneemster was het niet eens met de beëindiging en stelde dat zij nooit akkoord was gegaan met de beëindigingsovereenkomst, noch met de voorgestelde vergoeding. Zij maakte bezwaar tegen het ontbreken van een mogelijkheid tot ouderschapsverlof en het feit dat haar functie was overgenomen door een ander. De kantonrechter oordeelde dat er geen overeenstemming was over de beëindiging en dat de werkgever onvoldoende had onderbouwd waarom deeltijdwerk niet mogelijk was.
De kantonrechter stelde vast dat de werkneemster onterecht geen loon had ontvangen en dat de werkgever haar onder druk had gezet met intimiderende brieven. Gelet op de beschadigde arbeidsrelatie en het onberispelijke dienstverband kende de rechter een billijke vergoeding van € 15.500 bruto toe en bepaalde een ontbinding per 29 september 2005.
Uitkomst: Arbeidsovereenkomst ontbonden per 29 september 2005 met een vergoeding van € 15.500 bruto aan de werkneemster.