ECLI:NL:RBROT:2005:AU5100
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.F.C. Francken
- L.A.C. van Nifterick
- L.M.A. Gimbrère
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering Ziektewetuitkering aansluitend op bevallingsverlof
De werkneemster was bevallen op 16 mei 2004 en had bevallingsverlof tot 25 juli 2004, waarna zij aansluitend vakantie opnam en op 9 augustus 2004 haar werk hervatte. Op 12 augustus 2004 meldde zij zich ziek. Het UWV weigerde haar een Ziektewetuitkering toe te kennen vanaf die datum, omdat de ziekmelding niet direct aansluitend op het bevallingsverlof zou zijn gedaan.
Eiseres betoogde dat de werkneemster wel degelijk aansluitend arbeidsongeschikt was door zwangerschap gerelateerde klachten, en dat het UWV ten onrechte alleen keek naar de datum van ziekmelding. De rechtbank oordeelde dat 'aansluitend' in artikel 29a, vierde lid, ZW objectief moet worden geïnterpreteerd en dat het UWV een onderzoeksplicht heeft om vast te stellen of de werkneemster aansluitend ongeschikt was om te werken.
Omdat het UWV dit onderzoek niet had verricht en de weigering gebaseerd was op een onjuiste uitleg van de wet, werd het bestreden besluit vernietigd. Tevens werd het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat het UWV alsnog een beslissing had genomen. De rechtbank bepaalde dat het UWV een nieuwe beslissing moet nemen met inachtneming van deze uitspraak en wees het betaalde griffierecht toe aan eiseres.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder moet een nieuwe beslissing nemen met inachtneming van deze uitspraak.