ECLI:NL:RBROT:2005:AU7199
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- R. Kruisdijk
- D.C.J. Peeck
- K. Werkhorst
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete voor bemiddeling bij bedrijfsmatig aantrekken van krediet zonder vergunning
De rechtbank Rotterdam behandelde het beroep tegen een bestuurlijke boete van €25.000 opgelegd wegens overtreding van artikel 82, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 (Wtk 1992). Eiser werd verweten bemiddeld te hebben bij het bedrijfsmatig aantrekken van opvorderbare gelden door de Schweizer Sparkasse A.G. zonder de vereiste vergunning.
Uit onderzoek van de FIOD/ECD bleek dat eiser via bemiddeling van particuliere geldverstrekkers in Nederland ongeveer €300.000 aan gelden had aangetrokken voor de Sparkasse, die statutair in de VS is gevestigd. Ondanks dat eiser stelde slechts voor familie en kennissen te hebben bemiddeld, oordeelde de rechtbank dat deze deelnemers geen besloten kring vormden ten opzichte van de Sparkasse. Tevens werd vastgesteld dat eiser op 11 november 2002 als verdachte was gehoord zonder voorafgaande cautie, waardoor zijn verklaring strafrechtelijk onrechtmatig verkregen bewijs is.
De rechtbank overwoog echter dat dit onrechtmatig verkregen bewijs voor de bestuurlijke boeteoplegging gebruikt mocht worden, omdat het niet in strijd was met het zorgvuldigheidsbeginsel en voldoende ondersteund werd door ander bewijs. De boete werd als proportioneel beoordeeld, mede vanwege het beperkte financiële voordeel voor eiser en de matiging door verweerster. Hoewel de redelijke termijn van meer dan twee jaar was overschreden, werd dit gecompenseerd door de matiging van de boete. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de bestuurlijke boete van €25.000 wegens overtreding van artikel 82 Wtk 1992 wordt ongegrond verklaard.