ECLI:NL:CBB:2007:BA7438
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- M.A. van der Ham
- B. Verwayen
- M. van Duuren
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor bedrijfsmatig bemiddelen in aantrekken opvorderbare gelden door Schweizer Sparkasse
Appellant werd door De Nederlandse Bank (DNB) beboet wegens overtreding van artikel 82, eerste lid, Wet toezicht kredietwezen 1992 (Wtk 1992), omdat hij bedrijfsmatig had bemiddeld bij het aantrekken van opvorderbare gelden door de Schweizer Sparkasse bij particulieren in Nederland. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en handhaafde de boete van €25.000,-. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de kring waarin hij bemiddelde een besloten kring van familie en vrienden was, dat de verklaring zonder cautie onrechtmatig was verkregen en dat de boete te hoog was.
Het College oordeelde dat de relatie tussen de geldinleggers en de Sparkasse bepalend is en dat deze geen besloten kring vormden. Het gebruik van de verklaring zonder cautie was toegestaan omdat deze niet onder dwang was verkregen en werd ondersteund door andere bewijsmiddelen. De boete was proportioneel en matiging was toegepast vanwege de termijnoverschrijding. Tevens werd vastgesteld dat het handelen van appellant ook onder de nieuwe Wet op het financieel toezicht (Wft) verboden zou zijn, waardoor de oude wet gunstiger was.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werden geen proceskosten aan appellant opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de boete van €25.000,- wordt bevestigd.