ECLI:NL:RBROT:2006:AU9757
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- L.A.C. van Nifterick
- D.C.J. Peeck
- A.M. Wiechers
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen bouwleges aanslag wegens geschatte stichtingskosten voor verbouwing woning
Eiser diende een aanvraag in voor een bouwvergunning voor een ingrijpende verbouwing van zijn woning, waarbij de stichtingskosten werden geschat op € 315.000,-. De heffingsambtenaar legde op basis hiervan een aanslag bouwleges op van € 6.948,-. Eiser betwistte deze aanslag en stelde dat de werkelijke bouwkosten inclusief verbouwing € 150.000,- bedragen, gebaseerd op een aannemingsovereenkomst en architectenopgave.
De rechtbank oordeelde dat de gemeente onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de stichtingskosten werkelijk zo hoog zijn. De aanneemsom voor de oorspronkelijke woning bedroeg € 143.430,- en de gemeente maakte niet inzichtelijk hoe het gebruikte computerprogramma de bouwkosten berekende. Ook ontbraken concrete berekeningen en resultaten van dit programma. De rechtbank vond het verschil tussen de opgegeven bouwsom en de raming van de gemeente te groot om zonder meer de raming te accepteren.
Daarnaast stelde de rechtbank vast dat de ingediende aanvraag een zelfstandige nieuwe bouwvergunning betrof vanwege de ingrijpende wijzigingen aan de woning. De gemeente heeft beleidsvrijheid bij het bepalen van de heffingsmaatstaf, maar moet deze wel voldoende motiveren. De uitspraak op bezwaar voldeed hier niet aan, zodat deze werd vernietigd en de gemeente werd opgedragen binnen zes weken een nieuwe uitspraak te doen. Eiser kreeg ook het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar en beveelt een nieuwe uitspraak op bezwaar binnen zes weken.