ECLI:NL:RBROT:2006:AW3467
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- P. van Zwieten
- Rechtspraak.nl
Beoordeling en handhaving wijziging afleverstatus geneesmiddel Parfenac naar receptplichtig
Verzoekster, houder van het geneesmiddel Parfenac, betwistte het besluit van verweerder om de afleverstatus van Parfenac te wijzigen van niet-receptplichtig naar receptplichtig vanwege veiligheidsrisico's. Verzoekster stelde dat de wijziging onterecht was en dat de bijwerkingen niet ernstig genoeg waren om deze maatregel te rechtvaardigen.
De rechtbank overwoog dat de wijziging van de afleverstatus een zelfstandige beschikking vormt en dat verweerder bevoegd is om deze te wijzigen op basis van nieuwe gegevens. Uit diverse studies en meldingen bleek dat het geneesmiddel sensibilisatie kan veroorzaken bij een aanzienlijk deel van de gebruikers, wat kan leiden tot verergering van eczeem zonder medisch toezicht.
De voorzieningenrechter concludeerde dat verweerder in redelijkheid tot het oordeel kon komen dat Parfenac bij normaal gebruik direct of indirect gevaar kan opleveren zonder medische begeleiding. De belangenafweging vond plaats met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel, waarbij het belang van de volksgezondheid zwaarder woog dan het commerciële belang van verzoekster.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De uitspraak bevestigt de beoordelingsruimte van het College ter beoordeling van geneesmiddelen bij het wijzigen van afleverstatussen van geneesmiddelen op basis van nieuwe wetenschappelijke inzichten en meldingen.
Uitkomst: Het beroep tegen de wijziging van de afleverstatus van Parfenac naar receptplichtig wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.