ECLI:NL:RBROT:2006:AX1997
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- L.A.C. van Nifterick
- J.M. Hamaker
- A.W. Schep
- Rechtspraak.nl
Waardevaststelling museumgebouw met functionele veroudering en lekkages
De Stichting Kunsthal Rotterdam betwistte de door de gemeente Rotterdam vastgestelde WOZ-waarde van het museumgebouw aan de Westzeedijk 341 te Rotterdam. De gemeente had de waarde vastgesteld op € 13.101.000, terwijl eiseres stelde dat de economische waarde nihil was vanwege ernstige gebreken en het unieke karakter van het gebouw.
De rechtbank oordeelde dat de vervangingswaardemethode passend is, maar dat voor een niet-commercieel geëxploiteerd object zoals dit museum, correcties voor technische en functionele veroudering moeten worden toegepast. Het gebouw kampt sinds de bouw met lekkages, vooral in de grote zaal, waardoor de exploitatie als museum niet naar behoren mogelijk is.
De rechtbank stelde de benuttingswaarde van het object op € 1.000.000, maar paste daarop een correctie voor functionele veroudering toe van eveneens € 1.000.000, waardoor de economische waarde nihil werd. Ook de grond werd als waardeloos beoordeeld omdat het nut beperkt is tot het voortbestaan van het monumentale gebouw.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, wijzigde de beschikking en bepaalde dat de gemeente het betaalde griffierecht aan eiseres vergoedt. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer bestuursrecht van de Rechtbank Rotterdam op 4 mei 2006.
Uitkomst: De WOZ-waarde van het museumgebouw wordt vastgesteld op nihil vanwege functionele veroudering en lekkages.