ECLI:NL:RBROT:2006:AX2155
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van naheffingsaanslag parkeerbelasting Rotterdam
Eiser parkeerde op 23 juli 2004 zijn auto zonder geldig parkeerkaartje op de J.P. Bakemakade in Rotterdam, een gebied waar betaald parkeren geldt. Verweerder legde daarop een naheffingsaanslag op van €46,25, inclusief kosten. Eiser betwistte de aanslag onder meer vanwege vermeende onjuiste bekendmaking van de verordening, onduidelijke parkeersituatie en onredelijke kosten.
De rechtbank stelde na een schouw op locatie vast dat de parkeersituatie adequaat was aangegeven met duidelijke parkeerautomaten en bebording. De rechtbank oordeelde dat eiser bekend was met de parkeerautomaten en dat hij zich diende te houden aan de geldende regels. Daarnaast werd vastgesteld dat de kostenraming voor de inning van de naheffingsaanslagen zorgvuldig en wettelijk juist was onderbouwd.
De rechtbank verwierp de stelling dat andere betaalmiddelen dan chipknip toegestaan moesten zijn, verwijzend naar een eerder arrest van de Hoge Raad. Ook werd geoordeeld dat de uitspraak op bezwaar rechtsgeldig was, ondanks het ontbreken van een handtekening. De rechtbank concludeerde dat de naheffingsaanslag terecht en correct was opgelegd en dat er geen sprake was van willekeur of onrechtmatigheid.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door mr. dr. P.G.J. van den Berg op 15 maart 2006.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard.