ECLI:NL:RBZWB:2021:5994
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid en rechtmatigheid naheffingsaanslag parkeerbelasting Tilburg
De heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg legde aan belanghebbende een naheffingsaanslag parkeerbelasting op omdat op 6 augustus 2020 een voertuig zonder betaling op een parkeerplaats stond. Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag en stelde onder meer dat de heffingsambtenaar niet bevoegd was, dat er geen sprake was van parkeren maar van laden en lossen, dat de gemeentelijke kosten onrechtmatig waren vastgesteld en dat ten onrechte geen uitstel van betaling was verleend.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar bevoegd was om de naheffingsaanslag op te leggen en het bezwaar te behandelen, mede op basis van het aanwijzingsbesluit van het college en het mandaatbesluit. De stelling dat sprake was van laden en lossen werd verworpen omdat het voertuig stil stond met gesloten portieren en de handelingen van belanghebbende niet voldeden aan de criteria voor laden en lossen van goederen van enige omvang.
De rechtbank stelde vast dat de gemeentelijke kosten van de naheffingsaanslag in overeenstemming zijn met de wettelijke bepalingen en dat de berekening inzichtelijk en geloofwaardig was. Ook het ontbreken van uitstel van betaling leidde niet tot vernietiging van de aanslag. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag bevestigd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag parkeerbelasting bevestigd.