ECLI:NL:RBROT:2006:AX2856
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging WOZ-waardebepaling wegens onvoldoende onderbouwing taxatie
Eiseres betwistte de vastgestelde WOZ-waarde van haar onroerende zaak, gelegen op erfpachtgrond, omdat de gehanteerde vergelijkingsobjecten onvoldoende vergelijkbaar zouden zijn en de huurwaarde te hoog was vastgesteld. Tevens werd aangevoerd dat geen rekening was gehouden met grondverontreiniging.
De rechtbank constateerde dat de bestreden uitspraak op 29 juni 2005 werd genomen, terwijl het taxatierapport waarop verweerder zich baseerde pas op 23 augustus 2005 was opgesteld. Hierdoor ontbrak een voldoende draagkrachtige onderbouwing op het moment van de uitspraak, wat strijdig is met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Verder bleek uit het taxatierapport onvoldoende inzicht in de wijze waarop de huurwaarde was vastgesteld en in hoeverre rekening was gehouden met de verontreiniging van de grond. De rechtbank oordeelde dat verweerder niet had voldaan aan zijn bewijslast en dat de rechtsgevolgen van de bestreden uitspraak niet in stand konden blijven.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en bepaalde dat verweerder opnieuw op het bezwaar moet beslissen met inachtneming van de overwegingen in dit vonnis. Daarnaast werd het betaalde griffierecht aan eiseres vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de WOZ-waardebepaling wordt vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing.