ECLI:NL:RBROT:2006:AX5588
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering informatieverstrekking door DNB als rechtsopvolger van PVK inzake Wet Bpf
Eiser verzocht DNB, als rechtsopvolger van de Pensioen- & Verzekeringskamer (PVK), om informatie over gelijkwaardigheidsonderzoeken in het kader van verzoeken om vrijstelling van verplichte deelneming aan bedrijfstakpensioenfondsen. DNB weigerde deze informatie te verstrekken, verwijzend naar het ontbreken van een wettelijke verplichting en het toepasselijke artikel 2:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Eiser maakte bezwaar tegen deze weigering, maar dit bezwaar werd door DNB niet-ontvankelijk verklaard. Eiser stelde in beroep dat hij slechts geanonimiseerde informatie wenste en dat de brief van DNB een besluit met rechtsgevolgen bevatte. De rechtbank oordeelde dat DNB bevoegd was om over het bezwaar te beslissen, maar dat er geen wettelijke grondslag bestaat voor de gevraagde informatieverstrekking.
De rechtbank concludeerde dat de weigering van DNB geen besluit met publiekrechtelijke rechtsgevolgen is, maar feitelijk handelen betreft. Het beroep werd ongegrond verklaard omdat geen wettelijke verplichting tot informatieverstrekking bestaat. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak bevestigt dat DNB als rechtsopvolger van de PVK niet verplicht is informatie te verstrekken over gelijkwaardigheidsonderzoeken onder de Wet Bpf en Wet Bpf 2000, en dat bezwaar en beroep tegen een dergelijke weigering niet-ontvankelijk zijn indien geen wettelijke grondslag bestaat.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van DNB om informatie te verstrekken is ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag.