ECLI:NL:RBROT:2006:AY6256
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Vernietiging leeftijdsvoorwaarde adoptiebeginsel wegens bijzondere omstandigheden procedureduur
Verzoeker diende op 10 januari 2002 een aanvraag in voor toestemming tot adoptie van een buitenlands kind. De Minister van Justitie verleende op 27 oktober 2005 beginseltoestemming onder de voorwaarde dat het leeftijdsverschil tussen adoptant en kind maximaal 40 jaar mag zijn. Verzoeker maakte bezwaar tegen deze voorwaarde, dat bezwaar werd ongegrond verklaard, waarna beroep werd ingesteld.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de lange duur van de procedure, waarbij verzoeker pas vlak voor zijn veertigste verjaardag de beginseltoestemming onder de leeftijdsvoorwaarde ontving, bijzondere omstandigheden oplevert. Hierdoor is het voor verzoeker praktisch onmogelijk om binnen de gestelde leeftijdsgrens een kind te adopteren, zeker gezien de gemiddelde matchingduur van 18 maanden en de specifieke wens van verzoeker voor een pasgeboren Amerikaans kind.
De rechtbank stelt vast dat de voorwaarde van 40 jaar leeftijdsverschil niet in stand kan blijven en dat verweerder had moeten afwijken van deze voorwaarde vanwege de bijzondere omstandigheden. De beginseltoestemming wordt daarom geacht te zijn verleend met een leeftijdsverschil van 42 jaar. Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen binnen zes weken. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt deels afgewezen, maar er wordt een voorlopige voorziening getroffen die verzoeker de beginseltoestemming met de aangepaste leeftijdsvoorwaarde toekent.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de beginseltoestemming wordt vastgesteld met een leeftijdsverschil van 42 jaar.