ECLI:NL:RBROT:2006:AY6667
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.J. van Die
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wegens onderverhuur afgewezen wegens nietigheid betekening
In deze zaak vordert Stichting Woningbedrijf Rotterdam (WBR) de ontbinding van de huurovereenkomst met de oorspronkelijke huurder en ontruiming van de woning wegens onderverhuur aan een derde zonder toestemming. De huurder had de verhuurder geïnformeerd dat hij permanent naar het buitenland vertrekt en de woning wilde overdragen aan een ander.
De rechtbank stelt vast dat de dagvaarding niet rechtsgeldig is betekend aan de oorspronkelijke huurder, omdat het exploot niet conform artikel 54 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is betekend, terwijl de verhuurder op de hoogte was dat de huurder zich had uitgeschreven uit de gemeentelijke basisadministratie en geen woonadres in Nederland meer had opgegeven.
Daarom verklaart de rechtbank de betekening nietig en wijst zij de vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst af. Omdat de huurovereenkomst nog niet is ontbonden, kan ook de positie van de onderhuurder niet worden beoordeeld en wordt diens ontruimingsvordering afgewezen. De verhuurder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming wordt afgewezen wegens nietigheid van de betekening.