ECLI:NL:RBROT:2006:AY7251
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting growshop wegens overtreding Opiumwet
De burgemeester van Rotterdam heeft op 20 juli 2006 besloten de growshop [onderneming] aan een adres in Rotterdam voor 12 maanden te sluiten wegens overtreding van de Opiumwet. Dit besluit volgde op een handhavingsactie waarbij hennepstekken, henneptoppen en hasj werden aangetroffen in de winkel en aangrenzende ruimtes. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat voldoende aannemelijk was dat in de growshop middelen als bedoeld in artikel 3 van Pro de Opiumwet werden verkocht of aanwezig waren. De aangetroffen hennep en hasj in de winkel en de bovenliggende ruimtes vormden één lokaal, waardoor bestuursdwang op grond van artikel 13b Opiumwet gerechtvaardigd was. De verklaringen van aangehouden personen en het politieonderzoek ondersteunden dit.
Verzoeker voerde onder meer aan dat de kantoorruimte niet tot de winkel behoorde en dat het bewijs onrechtmatig was verkregen. De rechter verwierp deze bezwaren, stellende dat het gebruik van onrechtmatig verkregen bewijs in bestuursrechtelijke procedures niet per definitie verboden is, tenzij het disproportioneel is. Ook was er geen sprake van schending van artikel 6 EVRM Pro.
Het gewijzigde gedoogbeleid behoefde geen bekendmaking vooraf en de belangen van de openbare orde wogen zwaarder dan die van de ondernemer. De rechter concludeerde dat het besluit tot sluiting niet disproportioneel was en dat het verzoek om voorlopige voorziening daarom werd afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de growshop wordt afgewezen; de sluiting voor 12 maanden blijft gehandhaafd.