ECLI:NL:RBROT:2006:AY8957
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering AXA wegens onvoldoende bewijs aansprakelijkheid bij kettingbotsing
Op 2 februari 2000 vond op de rijksweg A15 een kettingbotsing plaats waarbij meerdere auto's betrokken waren, waaronder die van [X], [Y] en de gedaagde. AXA, verzekeraar van [Y], betaalde aan [X] een schadevergoeding van € 377.680,98 wegens letselschade en vorderde van gedaagde de helft van deze schadevergoeding plus bijkomende kosten.
AXA stelde dat gedaagde door tegen [Y] aan te rijden, [Y] had doorgedrukt tegen de auto van [X], waardoor de schade was veroorzaakt. Gedaagde betwistte dit en voerde aan dat [Y] de volledige schade had veroorzaakt. De rechtbank onderzocht de verklaringen van getuigen, het proces-verbaal en het strafrechtelijk vonnis tegen [Y].
De rechtbank oordeelde dat AXA onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat gedaagde door zijn fout de schade van [X] mede had veroorzaakt. De schade aan de auto van [Y] was gering en het strafrechtelijk vonnis bevestigde dat [Y] aanmerkelijk onvoorzichtig had gehandeld. Het bewijs van doordrukken door gedaagde ontbrak, waardoor de vordering werd afgewezen.
AXA werd veroordeeld in de proceskosten, waaronder de kosten van het voorlopig getuigenverhoor. Het vonnis werd gewezen door rechter M. Verkerk op 13 september 2006.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van AXA af wegens onvoldoende bewijs van mede-aansprakelijkheid van gedaagde.