ECLI:NL:RBROT:2006:AZ0597
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zwaneveld
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettelijke basis voor gebiedsontzegging op station Rotterdam-Centraal
De verdachte werd ten laste gelegd dat hij vijfmaal geen gehoor gaf aan een door politie gegeven bevel om gedurende een bepaalde periode het station Rotterdam-Centraal en bijbehorende voorzieningen niet te betreden. Deze bevelen waren gebaseerd op artikel 73 van Pro de Wet Personenvervoer 2000 en werden gegeven vanwege eerdere overtredingen, zoals het rookverbod en kennelijke staat van dronkenschap.
De rechtbank onderzocht of deze bevelen krachtens een verbindend wettelijk voorschrift waren gegeven, zoals vereist voor een strafrechtelijke vervolging op grond van artikel 184 van Pro het Wetboek van Strafrecht. Uit de parlementaire geschiedenis en de wettelijke tekst bleek dat artikel 73 WPv Pro 2000 niet voorziet in een langdurige gebiedsontzegging zoals in deze zaak. Het artikel is bedoeld voor kortstondige aanwijzingen ter handhaving van orde en rust, niet voor een maandlange ontzegging van toegang.
De rechtbank concludeerde dat het bevel niet rechtmatig was en dat daardoor het tenlastegelegde misdrijf niet bewezen kon worden. De verdachte werd daarom vrijgesproken. Dit arrest benadrukt het belang van een duidelijke wettelijke basis voor het opleggen van gebiedsontzeggingen en de zorgvuldige toetsing door de strafrechter aan de wettelijke voorschriften en algemene rechtsbeginselen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat het bevel tot gebiedsontzegging niet op een wettelijke basis berustte.