ECLI:NL:RBROT:2006:AZ4924
Rechtbank Rotterdam
- Raadkamer
- De Boer
- Van Belzen
- Van de Kar
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding voor ten onrechte ondergane voorlopige hechtenis in Hofstadproces
Nadir A. werd in het kader van het Hofstadproces op 10 november 2004 in verzekering gesteld en op 22 september 2005 in vrijheid gesteld, waarbij hij in totaal 315 nachten zijn vrijheid moest missen. Hij verzocht de rechtbank om een schadevergoeding voor de ten onrechte ondergane voorlopige hechtenis en diverse andere schadeposten, waaronder gederfde inkomsten, toekomstig inkomensverlies, kosten van verhuizing, gederfd pensioen en waardeverlies van zijn auto.
De officier van justitie concludeerde primair tot afwijzing van het verzoek, maar subsidiair tot toewijzing van vergoeding voor de dagen in detentie, met toepassing van standaardtarieven. De rechtbank oordeelde dat alleen schade direct verband houdend met de voorlopige hechtenis in aanmerking komt voor vergoeding en dat het grootste deel van de immateriële schade voortkomt uit de vervolging en publieke aandacht.
De rechtbank kende een forfaitaire vergoeding toe van €250 per dag voor de dagen in verzekering en beperkingen en €200 per dag voor de dagen in voorlopige hechtenis, wat neerkomt op €65.550. Daarnaast werd een netto inkomensverlies van €11.323,74 vastgesteld, verminderd met bespaarde kosten van levensonderhoud van €4.725,=, resulterend in €6.598,74 vergoeding. Andere schadeposten werden afgewezen wegens onvoldoende causaal verband.
De totale toegekende schadevergoeding bedraagt €72.148,74. De rechtbank wees het overige verzoek af en benadrukte dat civielrechtelijke procedures nodig zijn voor overige schadeclaims.
Uitkomst: De rechtbank kent een schadevergoeding van €72.148,74 toe voor ten onrechte ondergane voorlopige hechtenis en wijst overige schadeclaims af.