ECLI:NL:RBROT:2006:AZ6106
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd in betalingsvordering met Surinaamse verbintenis
Eiser vordert betaling van €37.500,- op basis van een geldleningsovereenkomst gesloten op 28 februari 2002 in Paramaribo, Suriname, waar eiser en gedaagden destijds woonden. Eiser woont inmiddels in Nederland, gedaagden verblijven in Paramaribo. De rechtbank onderzoekt haar bevoegdheid aan de hand van het Nederlandse commune bevoegdheidsrecht en het toepasselijke Surinaamse recht.
Op grond van artikel 6 aanhef Pro onder a Rv en artikel 1414 van Pro het Surinaams Burgerlijk Wetboek is de plaats van uitvoering van de betalingsverbintenis de woonplaats van de schuldenaren, te weten Paramaribo. Omdat gedaagden geen woonplaats in een EEX-Vo-, EEX- of EVEX-(lid)staat hebben, zijn deze verordeningen niet van toepassing. De rechtbank concludeert dat de Surinaamse rechter bevoegd is.
Verder is het Nederlands-Surinaams Executieverdrag van toepassing, waardoor een Surinaamse rechterlijke beslissing in Nederland erkend en ten uitvoer gelegd kan worden. Het gelegde conservatoire beslag en het beslagverlof van de voorzieningenrechter leiden niet tot bevoegdheid van de Nederlandse rechtbank. Ook artikel 9 Rv Pro biedt geen grond voor Nederlandse bevoegdheid. Daarom verklaart de rechtbank zich onbevoegd en veroordeelt eiser in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van de vordering en veroordeelt eiser in de proceskosten.