ECLI:NL:RBROT:2007:AZ6902
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.N. van Zelm van Eldik
- L. de Loor - Alwin
- M. Verkerk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering uit garanties wegens nietigheid als staatssteun
Commerz vordert betaling onder drie garanties afgegeven door Havenbedrijf Rotterdam (HbR) voor leningen aan RDM I, RDM II en RDM V. De garanties zijn verstrekt ter zekerheid van aanzienlijke kredieten die niet zijn terugbetaald.
HbR voert verweer dat de garanties verboden staatssteun zijn omdat zij niet zijn aangemeld bij de Europese Commissie zoals vereist op grond van het EG-Verdrag. De rechtbank bevestigt dat de garanties begunstiging vormen en daarmee staatssteun zijn die niet is gemeld, waardoor zij nietig zijn op grond van artikel 3:40 BW Pro.
Commerz betoogt dat de garanties geen voordeel opleveren en dat de eerdere garantie door het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam (GHR) nietig was, maar de rechtbank wijst dit af. Ook het beroep op artikel 296 EG Pro-Verdrag faalt wegens gebrek aan onderbouwing.
De rechtbank concludeert dat de garanties verboden en nietig zijn, waardoor Commerz geen rechten aan de garanties kan ontlenen. De vordering wordt afgewezen en Commerz wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van Commerz worden afgewezen omdat de garanties nietig zijn als verboden staatssteun.