ECLI:NL:RBROT:2007:AZ8553
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming echtgenote vereist voor borgtochtovereenkomsten, uitzonderingssituatie niet bewezen
In deze zaak vordert de Rabobank betaling van een bedrag van €34.033,52 plus rente en buitengerechtelijke kosten van [gedaagde], die borg stond voor Pits B.V. middels twee borgtochtovereenkomsten uit 1997 en 2000. De echtgenote van [gedaagde] heeft geen toestemming gegeven voor deze borgstellingen, waardoor volgens artikel 1:88 lid 1 sub c BW Pro de borgtochtovereenkomsten mogelijk niet rechtsgeldig zijn.
De Rabobank stelt zich op het standpunt dat de toestemming niet vereist was op grond van de uitzonderingssituatie in artikel 1:88 lid 5 BW Pro, omdat [gedaagde] als bestuurder met meerderheid van aandelen borg stond ten behoeve van de normale bedrijfsuitoefening van Pits B.V. De rechtbank overweegt dat de toestemming van de echtgenote in beginsel vereist is, tenzij de borgstelling betrekking heeft op rechtshandelingen die tot de normale bedrijfsuitoefening van de vennootschap behoren.
De rechtbank stelt vast dat de Rabobank onvoldoende heeft toegelicht voor welke specifieke rechtshandelingen de borgtochten destijds zijn aangegaan. De borgtochtovereenkomsten zijn zeer ruim geformuleerd en niet gekoppeld aan een specifieke schuld. Hierdoor kan niet worden vastgesteld dat de borgtochten zijn aangegaan ten behoeve van de normale bedrijfsuitoefening. Daarom wijst de rechtbank de zaak naar de rol voor nadere inlichtingen en houdt zij verdere beslissing aan.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en verwijst de zaak naar de rol voor nadere inlichtingen over de borgtochtovereenkomsten.