ECLI:NL:RBROT:2007:BA1000
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling heffing gedragstoezicht effecteninstellingen over 2005
Eiseressen, drie effecteninstellingen, maakten bezwaar tegen de door verweerster opgelegde heffingen over 2005 op grond van de Regeling bekostiging financieel toezicht. Zij stelden dat de regeling en de begroting onrechtmatig waren, dat de heffingen niet zorgvuldig waren vastgesteld, in strijd waren met het evenredigheidsbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel, en dat zij hierdoor nadeel hadden geleden.
De rechtbank overwoog dat de Regeling bekostiging financieel toezicht en de Vaststellingsregeling 2005 binnen de wettelijke kaders van de Wte 1995 waren vastgesteld. De Minister had zijn bevoegdheid niet overschreden en de regeling was zorgvuldig voorbereid in overleg met vertegenwoordigers van de sector. De heffingen betroffen kosten die in ruime zin voortvloeien uit de uitvoering van de toezichttaken.
De rechtbank verwierp de grieven van eiseressen over de hoogte van de heffingen, de vermeende ongelijke behandeling en de vermeende onvoorziene stijging. Ook was geen sprake van onrechtmatigheid of noodzaak tot nadeelcompensatie. De beroepen werden ongegrond verklaard en de heffingen bevestigd.
Uitkomst: De beroepen van effecteninstellingen tegen de heffingen 2005 worden ongegrond verklaard.