ECLI:NL:RBROT:2007:BA4411
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herziening bijstandsuitkering wegens onvoldoende motivering en feitelijke grondslag
Eiseres werd door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam geconfronteerd met een herziening en terugvordering van haar bijstandsuitkering over meerdere periodes waarin zij 11 keer geld naar het buitenland had overgemaakt als katvanger. Deze transacties werden onderzocht in het kader van het MOT-project, waarbij eiseres als verdachte werd gehoord en verklaarde een vergoeding van €50 of boodschappen ter waarde van €70 te hebben ontvangen.
Het college baseerde het besluit op werkafspraken binnen het MOT-project en stelde zonder aanvullend onderzoek het recht op bijstand over de betreffende maanden geheel vast te herzien en de uitkeringen terug te vorderen. Eiseres voerde aan dat het bewijs uit het strafrechtelijk onderzoek onrechtmatig was verkregen en dat zij slechts een geringe vergoeding ontving, waardoor volledige terugvordering onredelijk was.
De rechtbank oordeelde dat het MOT-project geen onrechtmatig bewijs opleverde en dat eiseres de inlichtingenplicht had geschonden. Echter, het college had onvoldoende onderzocht of de ontvangen vergoedingen daadwerkelijk het recht op bijstand beïnvloedden en kon niet zonder meer op basis van werkafspraken het recht op bijstand over de gehele periode herzien. Het bestreden besluit ontbrak het aan een voldoende feitelijke grondslag en motivering, waardoor het werd vernietigd en verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werden de proceskosten aan eiseres toegewezen.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot herziening en terugvordering van de bijstandsuitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende feitelijke grondslag en motivering.