ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5592
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- R.H.M. Roelofs
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit herziening bijstand wegens onjuiste uitvoering eerdere uitspraak
Appellante ontving sinds december 2001 een bijstandsuitkering. Uit gegevensuitwisseling bleek dat zij tussen 2001 en 2004 meerdere geldtransacties naar het buitenland verrichtte. Het College trok de bijstand in en vorderde terug wegens het verzwegen van inkomsten. De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante gegrond en vernietigde het besluit, waarbij werd vastgesteld dat appellante haar inlichtingenplicht had geschonden maar dat het College niet zonder meer het recht op bijstand over de gehele periode kon intrekken zonder concrete onderbouwing.
Het College nam een nieuw besluit op bezwaar, waarbij het bezwaar opnieuw ongegrond werd verklaard zonder appellante opnieuw te horen of nader onderzoek te verrichten. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit nieuwe besluit ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank onterecht niet gebonden was aan de eerdere uitspraak en daardoor een onjuiste maatstaf hanteerde.
De Raad vernietigt de aangevallen uitspraak en verklaart het beroep van appellante tegen het besluit van 3 augustus 2007 gegrond. Het College wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de eerdere uitspraak, waarbij de herziening van de bijstand beperkt moet blijven tot een bedrag van € 60 per transactie. Tevens wordt het College veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt gegrond verklaard, het besluit van 3 augustus 2007 wordt vernietigd en het College wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.