ECLI:NL:RBROT:2007:BB0275
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering onrechtmatige daad en opheffing conservatoir beslag in huurgeschil bedrijfsruimte
Tussen verhuurder [Y] en Ted’s v.o.f. bestond een huurovereenkomst voor een bedrijfsruimte die door Ted’s B.V. feitelijk werd gebruikt. De kantonrechter had de huurovereenkomst met Ted’s v.o.f. ontbonden en een verzoek tot indeplaatsstelling van Ted’s B.V. afgewezen. Ted’s B.V. stelde dat zij feitelijk huurder was en dat [Y] onrechtmatig had gehandeld door de bedrijfsruimte te ontruimen.
De rechtbank oordeelde dat geen contractuele huurrelatie tussen Ted’s B.V. en [Y] was ontstaan, mede omdat [Y] altijd de huur aan Ted’s v.o.f. factureerde en zich verzette tegen indeplaatsstelling. De rechtbank verwierp ook het beroep op onrechtmatige daad, omdat [Y] niet heeft ingestemd met het feitelijk gebruik door Ted’s B.V. en de minnelijke regeling met Ted’s v.o.f. niet onrechtmatig was.
Daarnaast werd geoordeeld dat [Y] zich niet onrechtmatig had gedragen door zelf de ontruiming te hebben uitgevoerd, wat door Ted’s B.V. onvoldoende was onderbouwd. Het conservatoir beslag van Ted’s B.V. werd opgeheven en zij werd veroordeeld tot vergoeding van bankkosten aan [Y]. De kosten van de procedure werden aan Ted’s B.V. opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van Ted’s B.V. af en heft het conservatoir beslag op.