ECLI:NL:RBROT:2007:BB4476
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Asscheman-Versluis
- Sikkel
- Frankruijter
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs op basis van stemherkenning in heroïnehandelzaak
De rechtbank Rotterdam behandelde een zaak tegen verdachte die werd verdacht van betrokkenheid bij de handel in heroïne in de periode april 2006. De tenlastelegging betrof het voorbereiden, bevorderen en vervoeren van heroïne, onder meer via telefoongesprekken die aan verdachte werden toegeschreven.
De bewijsvoering was grotendeels gebaseerd op stemherkenning van getapte telefoongesprekken door een verbalisant en een tolk. Deze stemherkenningen vonden plaats maanden na de verhoren en waren niet wetenschappelijk onderbouwd. Bovendien was er sprake van een vooringenomenheid doordat de betrokkenen al eerder aannamen dat de stem van verdachte was. Verdachte ontkende deelname aan de gesprekken en maakte gebruik van zijn zwijgrecht.
De rechtbank oordeelde dat de stemherkenning onvoldoende betrouwbaar was om buiten redelijke twijfel vast te stellen dat verdachte de gesprekken voerde. Ook andere verklaringen, waaronder die van medeverdachte, boden geen zelfstandig bewijs. De dagvaarding was deels nietig wegens onduidelijkheid. De rechtbank sprak verdachte vrij van het primair en subsidiair ten laste gelegde en hechtte het bevel tot voorlopige hechtenis op.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende betrouwbaar bewijs, vooral door twijfel aan stemherkenning.