Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.InleidingOp 18 november 2014 ontvangt de Nederlandse Douane informatie van de Deense Douane met betrekking tot een persoon genaamd [verdachte] , die geregeld vanuit Nederland naar Denemarken reist. [verdachte] zou meerdere keren zijn gecontroleerd door de Deense Douane, waarbij hij telkens in het bezit was van een aanzienlijk bedrag aan contanten. Naar aanleiding van deze informatie wordt [verdachte] (hierna: [verdachte] ) op 19 november 2014 op de luchthaven Schiphol door de Douane gecontroleerd, waarbij hij onder meer in het bezit blijkt te zijn van 23 bankbiljetten van 500 euro (totaal € 11.500,-). Voorts blijkt dat er van [verdachte] geen inkomensgegevens bekend zijn bij de Belastingdienst.
4.Bewijs
[telefoonnummer 1](hierna [telefoonnummer 1] ) toe. Op 19 november 2014 is onder [verdachte] een iPhone in beslag genomen. [5] Het telefoonnummer behorende bij deze telefoon is [telefoonnummer 1] . [6] heeft verklaard dat deze telefoon van hem is en heeft daarbij de pincode behorend bij de telefoon opgegeven. [7] Uit onderzoek aan de telefoon is gebleken dat in de applicatie WhatsApp een foto van een persoon gelijkend op [verdachte] als profielfoto is ingesteld. [8] Daarnaast is gebleken dat het automatische bericht van de voicemail van nummer [telefoonnummer 1] begint met: “Hi, this is the voicemail of [verdachte] ”, en dat de gebruiker van het nummer [telefoonnummer 1] meermalen zijn telefoon opneemt met “ [verdachte] ”. Voorts is de stem van de gebruiker van het nummer [telefoonnummer 1] door verbalisanten herkend als de stem van verdachte. [9]
[telefoonnummer 2](hierna: [telefoonnummer 2] ) aan [verdachte] toe. Op 14 mei 2015 is er bij een doorzoeking in de hotelkamer van [medeverdachte 1] een Nokia telefoon aangetroffen. [10] In de Nokia telefoon werd een simkaart met het telefoonnummer [telefoonnummer 3] (zie hierna onder [medeverdachte 1] voor vaststelling dat [medeverdachte 1] gebruiker van dit telefoonnummer is) aangetroffen. [11] [medeverdachte 2] heeft verklaard dat zij op 14 mei 2015 een duwersbol aan [medeverdachte 1] heeft afgegeven in de hotelkamer van [medeverdachte 1] . De instructies hiervoor kreeg zij van [verdachte] . Bij deze reis ontving zij in Denemarken een SMS-bericht van [verdachte] met het hotelkamernummer van [medeverdachte 1] . [12]
Skype-gesprekheeft gevoerd. De rechtbank overweegt daartoe dat de stem van één van de personen die deelneemt aan het Skype-gesprek door verbalisanten van de FIOD is herkend als de stem van [verdachte] . De rechtbank heeft hiervoor reeds overwogen dat zij geen aanleiding ziet om de betrouwbaarheid van de herkenning van de verbalisanten in twijfel te trekken. De rechtbank betrekt daarbij dat [verdachte] ter terechtzitting d.d. 21 november 2016 heeft verklaard regelmatig contact te hebben met [medeverdachte 1] , zowel telefonisch als via Skype en dat het zou kunnen dat hij [medeverdachte 1] wel eens heeft gesproken toen hij in het buitenland zat. [20]
[telefoonnummer 4](hierna: [telefoonnummer 4] ) toe. Dit telefoonnummer staat op naam van [medeverdachte 1] geregistreerd. [21] heeft verklaard dat het nummer [telefoonnummer 4] zijn telefoonnummer is en dat hij de enige is die zijn telefoon gebruikt. [22]
[telefoonnummer 3](hierna: [telefoonnummer 3] ) aan [medeverdachte 1] toe. Bij de doorzoeking van de hotelkamer van [medeverdachte 1] is een Nokia telefoon aangetroffen. [23] In de telefoon zat een simkaart met het Nederlandse mobiele telefoonnummer [telefoonnummer 3] . [24] In het Postvak Uit stond een bericht met de tekst: “308”. [25] De rechtbank heeft hierboven reeds vastgesteld dat dit bericht naar [verdachte] is verzonden. [medeverdachte 2] heeft verklaard dat zij van [verdachte] een SMS-bericht met het nummer van de hotelkamer van [medeverdachte 1] doorkreeg, waarna zij in de hotelkamer van [medeverdachte 1] een duwersbol aan [medeverdachte 1] heeft afgegeven. [26] De duwersbol is blijkens de camerabeelden omstreeks 22:35 uur door [medeverdachte 2] aan [medeverdachte 1] overgedragen. [27] De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 2] stuurt om 22:33 uur een SMS-bericht naar [verdachte] , inhoudende: “Klaar/gedaan, hallo “N dip”.
[telefoonnummer 5](hierna: [telefoonnummer 5] ) toe. In de applicatie WhatsApp staat als profielnaam bij dit telefoonnummer [medeverdachte 4] ’ ingesteld. [28] Het nummer [telefoonnummer 5] is in de politiesystemen bevraagd. Hieruit blijkt dat dit nummer voorkomt in een door de politie eenheid Den Haag opgemaakte mutatie d.d. 14 september 2014. [29] De mutatie van de politie Den Haag betreft een registratie van een conflict van [medeverdachte 4] , geboren op [geboortedatum 2] te [geboorteplaats 2] . Door [medeverdachte 4] is toen het adres [adres 4] en het telefoonnummer [telefoonnummer 5] opgegeven. Er wordt in de mutatie tevens melding gemaakt van een vrouw genaamd [medeverdachte 2] . [30] [medeverdachte 2] heeft verklaard dat zij woonachtig is op de [adres 4] , dat zij ongeveer drie jaar een relatie met [medeverdachte 4] heeft gehad en dat zij samenwoonden. [medeverdachte 4] heeft onder meer als bijnaam ‘ [medeverdachte 4] ’. [31]
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 21 november 2016 afgelegd;
- het proces-verbaal van ambtshandeling d.d. 15 september 2015 (AMB-089: ordner 3, p. 1170 en 1171);
- een schriftelijk bescheid, te weten de salarisspecificatie betreffende de maand februari 2014 van Shortstay Amsterdam B.V. ten name van [verdachte] (DOC-167b: ordner 19, p. 6487);
- een schriftelijk bescheid, te weten het bankafschrift ING bankrekeningnummer [rekeningnummer 2] d.d. 12 maart 2014 ten name van [verdachte] (DOC-167c: ordner 19, p. 6488);
- het proces-verbaal d.d. 5 oktober 2015 (AMB-122: ordner 4, p. 1366 en 1367);
- een schriftelijk bescheid, te weten de salarisspecificatie betreffende de maand oktober 2012 van Shortstay Amsterdam B.V. ten name van [verdachte] (DOC-186: ordner 19, p. 6686);
- een schriftelijk bescheid, te weten de arbeidsovereenkomst tussen Shortstay-Amsterdam en [verdachte] d.d. 18 september 2012 (DOC-187: ordner 19, p. 6687);
- het proces-verbaal van ambtshandeling d.d. 21 september 2015 (AMB-103: ordner 4, p. 1294);
- het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] d.d. 1 oktober 2015 (G-004-01: ordner 16, p. 5644 en 5645).
5.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
6.Strafbaarheid van verdachte
7.De strafoplegging
8.Beslissingen omtrent in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
6 (zes) jaren.