3.4
Voorts neemt de rechtbank in aanmerking dat uit de hiervoor reeds genoemde aantekeningen van de griffier, gemaakt ter zitting van de meervoudige strafkamer op 18 september 2007, onder meer blijkt – kort en zakelijk weergegeven – dat:
- de raadsman van verzoeker bij aanvang van die zitting heeft meegedeeld dat:
- uit hem toegezonden correspondentie van de meervoudige strafkamer en officier van justitie was gebleken dat er voorafgaande aan de zitting tussen de meervoudige strafkamer en het Openbaar Ministerie kennelijk overleg was geweest, waarbij de verdediging niet betrokken is geweest;
- uit die correspondentie blijkt dat er vandaag onvoldoende tijd is om te verwachten verzoeken ten aanzien van de voorlopige hechtenis en verder onderzoek te behandelen en dat er van een zorgvuldige afweging van alle betrokken belangen geen, althans onvoldoende sprake kan zijn;
- verzoeker op gelijke wijze diende te worden behandeld als de vier in vrijheid gestelde medeverdachten en daarom ook in vrijheid moet worden gesteld;
- de voorzitter van de meervoudige strafkamer vervolgens de aan de zitting voorafgaande gang van zaken heeft uiteengezet en toegelicht en heeft meegedeeld dat de verdediging ter zitting van heden alles naar voren kan brengen wat zij van belang vindt;
- de raadsman van verzoeker de meervoudige kamer vervolgens uitdrukkelijk heeft verzocht terug te komen op haar aan de zitting voorafgaande beslissing ten aanzien van de voorlopige hechtenis van verzoeker;
- de voorzitter van de meervoudige strafkamer hierop heeft meegedeeld dat die kamer geen aanleiding zag om op haar eerder ambtshalve genomen beslissing terug te komen, waarbij zij heeft uiteengezet dat:
- er zich voorafgaande aan de zitting voor de meervoudige strafkamer bijzondere omstandigheden hadden voorgedaan;
- die omstandigheden de meervoudige strafkamer ertoe hadden genoopt voorafgaande aan de zitting ambtshalve een oordeel te vormen over de voorlopige hechtenis van de verdachten;
- bij het vormen van dat oordeel enerzijds zijn meegewogen de ernstige bezwaren en gronden waarop het bevel voorlopige hechtenis is gebaseerd;
- daarbij anderzijds zijn meegewogen de persoonlijke belangen van de verdachten, voor zover aan de rechtbank bekend, alsmede het belang van de verdachten om hun berechting in vrijheid af te wachten, waarbij door de meervoudige strafkamer tevens in ogenschouw is genomen de termijn waarbinnen die berechting te verwachten is;
- de meervoudige strafkamer ten aanzien van vier van de vijf in voorlopige hechtenis verblijvende verdachten ambtshalve tot het oordeel was gekomen dat die voorlopige hechtenis diende te worden geschorst;
- in het geval van verzoeker de persoonlijke belangen zoals die bekend waren uit het dossier niet dienden te prevaleren in verband met de ernst en de zwaarte van de verdenking en feiten;
- verzoeker en diens raadsman ter zitting in de gelegenheid zijn al die omstandigheden aan te voeren op grond waarvan zij vinden dat de voorlopige hechtenis van verzoeker moet worden geschorst;
- zij van die gelegenheid geen gebruik hebben gemaakt.
- verzoeker vervolgens de rechters van de meervoudige strafkamer heeft gewraakt.