ECLI:NL:RBROT:2007:BB4525
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters meervoudige strafkamer rechtbank Rotterdam
Verzoeker, verdachte in een strafzaak wegens betrokkenheid bij drugshandel en bezit van verboden middelen, verzocht de wraking van de rechters van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Rotterdam. Dit verzoek volgde op onvrede over de behandeling van zijn voorlopige hechtenis, waarbij de rechtbank ambtshalve besloot de voorlopige hechtenis van vier medeverdachten te schorsen, maar niet die van verzoeker.
De verdediging stelde dat er sprake was van een objectieve schijn van vooringenomenheid, mede doordat de rechtbank voorafgaand aan de zitting had besloten geen zorgvuldige belangenafweging te kunnen maken en overleg zou hebben plaatsgevonden tussen de voorzitter en de officier van justitie zonder betrokkenheid van de verdediging. Ter zitting kreeg verzoeker de mogelijkheid om persoonlijke omstandigheden aan te voeren, maar hij maakte hiervan geen gebruik.
De rechtbank oordeelde dat de meervoudige strafkamer zelfstandig en zorgvuldig had afgewogen, rekening houdend met de ernst van de verdenking en persoonlijke belangen. Er was geen bewijs van overleg tussen de voorzitter en officier van justitie dat de beslissing beïnvloedde. De rechtbank concludeerde dat er geen objectieve grond was voor vooringenomenheid en wees het wrakingsverzoek af.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters wordt afgewezen wegens ontbreken van objectieve aanwijzingen voor vooringenomenheid.