ECLI:NL:RBROT:2007:BB4645
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op uitkoopsom bij eindigend gebruiksrecht snackbar op gemeentelijke grond
De zaak betreft het gebruiksrecht om niet van een stuk grond waarop een snackbar is gevestigd, geëxploiteerd door verzoeker sinds 1989. In 2003 werd duidelijk dat de gemeente Rotterdam planontwikkeling en renovatie zou uitvoeren, waardoor de snackbar moest verdwijnen. Verzoeker had een exploitatievergunning die telkens werd verlengd, maar wist dat het gebruiksrecht eindig was.
Er bestaat geen schriftelijke overeenkomst over het gebruik van de grond; het gebruik was om niet en voor onbepaalde tijd toegestaan. De gemeente stelde dat de exploitatievergunning geen recht gaf op gebruik van de grond en dat er geen verplichting tot betaling van een uitkoopsom bestond. Verzoeker baseerde zijn vordering op het door de gemeente gewekte vertrouwen en het gebruiksrecht.
De kantonrechter oordeelde dat verzoeker niet mocht vertrouwen op het gebruik van de grond voor de duur van de vergunning, mede omdat hij al in 2003 op de hoogte was van de herontwikkelingsplannen. Het gebruiksrecht kon worden beëindigd zonder dat de gemeente aansprakelijk was voor schadevergoeding. Het betalen van gemeentelijke belastingen door verzoeker deed hieraan niet af.
De rechtbank besloot dat er geen aansprakelijkheid van de gemeente is en dat er geen uitkoopsom verschuldigd is. De reeds betaalde €10.000,- uitkoopsom blijft onaangetast. Partijen dragen hun eigen proceskosten.
Uitkomst: De gemeente is niet gehouden tot betaling van een uitkoopsom aan verzoeker wegens het eindige gebruiksrecht.