ECLI:NL:RBROT:2007:BB7203
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van der Kolk
- Van den Hurk
- Geurts-De Veld
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voor werving tot jihad en terroristische misdrijven
De rechtbank Rotterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het werven van personen voor deelname aan jihad en het voorbereiden van terroristische misdrijven. De dagvaarding bevatte onduidelijke en onvoldoende concrete beschuldigingen, waardoor bepaalde onderdelen nietig werden verklaard. De rechtbank oordeelde dat de verdachte zich niet adequaat kon verdedigen tegen de onduidelijke tenlastelegging.
De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. De verdediging voerde aan dat de verdachte niet wist van de plannen van medeverdachten en dat de wervingshandelingen ontbraken, met name de noodzakelijke overredingscomponent. De rechtbank stelde vast dat het bewijs onvoldoende was om te concluderen dat verdachte handelingen had verricht die gericht waren op het overtuigen van anderen tot deelname aan jihad.
De rechtbank verwierp het verweer dat de vervolging onrechtvaardig was vanwege ongelijke behandeling van medeverdachten. De verdachte werd vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten. Tevens werd een in beslag genomen kopie van een identiteitsbewijs aan de verdachte teruggegeven. Het vonnis werd uitgesproken door een meervoudige kamer op 30 oktober 2007.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor werving en voorbereiden terroristische misdrijven.