ECLI:NL:RBROT:2007:BB7624
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J.A.M. Ahsmann
- L.A.C. van Nifterick
- D.C.J. Peeck
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter na comparitie in huurvordering
Verzoekers hebben een wrakingsverzoek ingediend tegen de kantonrechter die een comparitie leidde in een procedure van de stichting tegen hen. Zij stelden dat de rechter zich reeds een oordeel had gevormd en hen wanbetalers had genoemd, en dat de rechter de stichting bevoordeelde door onder meer wijziging van de vordering toe te staan en verschillende bewijsregels onevenredig toe te passen.
De rechter heeft het wrakingsverzoek bestreden en de rechtbank heeft het verzoek inhoudelijk onderzocht. De rechtbank oordeelde dat het geven van een voorlopig oordeel tijdens een comparitie gebruikelijk is en dat het proces-verbaal geen bewijs bevat van vooringenomenheid of partijdigheid. Ook werd geoordeeld dat het wrakingsverzoek niet bedoeld is om bezwaren tegen de bewijslastverdeling of wijziging van de eis te uiten.
Verder werd vastgesteld dat het beginsel van hoor en wederhoor niet is geschonden, omdat de rechter niet verplicht is om partijen voorafgaand aan het vonnis te laten reageren op nieuwe producties. De rechtbank concludeerde dat geen objectieve of subjectieve aanwijzingen voor partijdigheid aanwezig zijn en wees het wrakingsverzoek af.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter wordt afgewezen wegens ontbreken van gegronde aanwijzingen voor vooringenomenheid.