ECLI:NL:RBROT:2007:BB7634
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.F.L.M. van der Grinten
- A.G. Scheele-Mülder
- M.C. van der Kolk
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking rechter afgewezen wegens ontbreken van vooringenomenheid
In deze zaak heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de kantonrechter in een civielrechtelijke procedure tussen verzoeker en een besloten vennootschap. Verzoeker stelde dat de rechter hem onrechtmatig had belemmerd in zijn procesdeelname, onder meer door het niet verlenen van uitstel en het onjuist aanmerken van zijn brief als conclusie van antwoord.
De rechter heeft dit wrakingsverzoek niet ingewilligd. De rechtbank oordeelde dat de brief van verzoeker inhoudelijk op de vordering inging en derhalve terecht als antwoord was aangemerkt. Hoewel verzoeker ziek was, was er geen verzoek om uitstel in die brief opgenomen. Verder werd erkend dat een verzoek om uitstel tijdens een rolzitting niet direct was onderkend, maar dat de rechter alsnog had toegezegd dat verzoeker alsnog een conclusie van dupliek mocht indienen.
De rechtbank benadrukte dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn en dat alleen bij uitzonderlijke omstandigheden zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid kunnen leiden tot wraking. Deze omstandigheden waren in dit geval niet aanwezig. Het verzoek tot wraking werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de kantonrechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.