ECLI:NL:RBROT:2007:BB7636
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J.A.M. Ahsmann
- S.W. Kuip
- D.C.J. Peeck
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wraking van rechters in wrakingskamer rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft bij de rechtbank Rotterdam een verzoek tot wraking ingediend tegen drie rechters van de wrakingskamer die een eerder wrakingsverzoek behandelden. Hij stelde onder meer dat de voorzitter zonder motivering een plaatsvervanger benoemde zonder naam te noemen, dat de conclusie van dupliek niet werd overhandigd maar slechts werd voorgelezen, en dat tijdens de zitting kritische vragen en gezichtsuitdrukkingen van de rechters een schijn van partijdigheid wekten.
De rechters hebben het verzoek weersproken en gesteld dat geen omstandigheden aanwezig zijn die grond tot wraking kunnen opleveren. De rechtbank overwoog dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid opleveren. De voorzitter had de plaatsvervanger bekend was bij verzoeker en de conclusie van dupliek werd voorgelezen, zodat verzoeker bekend was met de inhoud. Kritische vragen van de voorzitter behoren tot zijn taak en gezichtsuitdrukkingen waren niet vastgesteld.
Ook de nevenfuncties van twee rechters in de gezondheidszorg konden geen vooringenomenheid rechtvaardigen. De rechtbank concludeerde dat geen objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid bestond en wees het wrakingsverzoek af. De beslissing werd uitgesproken door de voorzitter en twee rechters van de wrakingskamer op 16 mei 2007.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de drie rechters in de wrakingskamer wordt afgewezen wegens het ontbreken van zwaarwegende aanwijzingen voor partijdigheid.