ECLI:NL:RBROT:2007:BB7872

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
25 september 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
291849 / 07-2710
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:784 BWArt. 8:785 BWArt. 8:786 BWArt. 8:781 BWArtikel 3 Verdrag inzake de inschrijving van binnenschepen 1965
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek doorhaling teboekstelling binnenschip wegens behoud banden met Nederland

Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot doorhaling van de teboekstelling van het binnenschip “ESMEE” in het Nederlandse scheepsregister. Hij stelt dat de exploitatie van het schip vanuit Duitsland plaatsvindt en dat hij in Duitsland woont, waardoor het schip niet langer aan de voorwaarden voor inschrijving in Nederland zou voldoen.

De rechtbank beoordeelt het verzoek aan de hand van artikel 8:784 lid 1 en Pro artikel 8:786 BW Pro. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat doorhaling slechts mogelijk is indien het schip niet langer verplicht is te worden ingeschreven in Nederland of een verdragsregister. Dit betekent dat aan geen enkele van de voorwaarden voor teboekstelling meer mag worden voldaan.

Hoewel het schip vanuit Duitsland wordt geëxploiteerd, voldoet het schip nog steeds aan de voorwaarde dat de eigenaar een natuurlijke persoon is die Nederlander is. Daarom is het schip nog steeds verplicht ingeschreven te blijven in het Nederlandse scheepsregister en wordt het verzoek tot doorhaling afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek tot doorhaling van de teboekstelling van het binnenschip wordt afgewezen omdat het schip nog steeds aan de voorwaarden voor inschrijving in Nederland voldoet.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
Sector civiel recht
Zaak-/rekestnummer: 291849 / 07-2710
Uitspraak: 25 september 2007
BESCHIKKING van de enkelvoudige kamer
op het op 18 september 2007 ingekomen verzoek
van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
verzoeker,
gemachtigde: notaris mr. C.H. Verstoep,
strekkende tot machtiging tot doorhaling van de teboekstelling van het binnenschip “ESMEE” met brandmerk 22454 B R 1995 (hierna: het Schip).
1 Het verloop van het geding
1.1
Bij het verzoekschrift heeft verzoeker onder meer overgelegd:
(a) een aangifte tot doorhaling van de teboekstelling van het Schip, gedateerd 18 september 2007;
(b) een uittreksel uit het scheepsregister van 17 september 2007;
(c) een fotokopie van bladzijden uit het paspoort van verzoeker;
(d) een afschrift van een notariële akte van levering van het Schip van 14 september 2007.
1.2
De rechter heeft telefonisch op 18 september 2007 en schriftelijk op 19 september 2007 om een toelichting bij het verzoekschrift verzocht.
Bij brieven van 18 en 19 september 2007 heeft de gemachtigde van verzoeker nadere inlichtingen over de onderneming van verzoeker verschaft.
2 De beoordeling
2.1
Aan de hand van de overgelegde bescheiden kan bij de beoordeling van het volgende worden uitgegaan:
(a) het Schip is een binnenschip ten aanzien waarvan wegens het laadvermogen c.q. de verplaatsing ervan de verplichting tot teboekstelling bestaat op grond van zowel artikel 3 van Pro het Verdrag inzake de inschrijving van binnenschepen van 25 januari 1965, met Protocollen (Trb. 1966, 228) als artikel 8:785 BW Pro;
(b) bij de genoemde akte van levering is de eigendom van het Schip aan verzoeker overgedragen;
(c) het Schip is in het in artikel 8:783 BW Pro bedoelde register (hierna: het scheepsregister) op naam van verzoeker ingeschreven;
(d) het Schip is niet in een verdragsregister als bedoeld in artikel 8:781 BW Pro ingeschreven.
2.2
Verzoeker stelt dat hij er niet (langer) toe verplicht is het Schip in het scheepsregister ingeschreven te houden, omdat (a) de plaats van waaruit hij het Schip exploiteert c.q. gaat exploiteren niet in Nederland maar in Duitsland ligt en/of (b) hij in Duitsland woonachtig is. Daarom voldoet het Schip niet langer aan ten minste een van de voorwaarden van het in artikel 8:784 lid 1 aanhef Pro en onder a BW gestelde, aldus verzoeker.
2.3
Uit de tekst van en de toelichting op artikel 8:786 BW Pro blijkt dat slechts wanneer de teboekstelling in Nederland (of een verdragsregister) niet of niet meer verplicht is het de eigenaar vrijstaat doorhaling te verkrijgen (zie Parl. Gesch. Boek 8 BW, blzz. 725 en 726). Een van de gronden voor doorhaling van de teboekstelling kan erin gelegen zijn dat de banden met Nederland, die artikel 8:784 lid 1 BW Pro voor teboekstelling vereist, verloren zijn gegaan. Daartoe dient te worden vastgesteld of aan geen van de voorwaarden voor teboekstelling vervat in artikel 8:784 lid 1 BW Pro (meer) wordt voldaan. Kennelijk heeft de wetgever in artikel 8:786 lid 1 aanhef Pro en onder b 4º BW met de woorden “aan tenminste één der in het eerste lid van artikel 784 voor Pro teboekstelling genoemde voorwaarden” aansluiting gezocht bij de tekst van dat artikellid. Daarmee is ten uitdrukking gebracht dat voor doorhaling van de teboekstelling is vereist dat het binnenschip aan geen enkele van die voorwaarden (meer) voldoet.
Daarom volstaat het niet, zoals verzoeker kennelijk betoogt, dat het Schip niet (meer) aan één van de voorwaarden van artikel 8:784 lid 1 BW Pro voldoet, maar dient aan geen enkele van die voorwaarden (meer) te worden voldaan.
In dit geval voldoet het Schip, ondanks de exploitatie vanuit een plaats in Duitsland, nog steeds aan de voorwaarde van artikel 8:784 lid 1 aanhef Pro en onder b BW dat “de eigenaar van het schip een natuurlijke persoon is”en “deze Nederlander is”.
Daarom komt het Schip niet voor doorhaling in het scheepsregister in aanmerking.
2.4
Derhalve zal het verzoek worden afgewezen.
3 De beslissing
De rechtbank,
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gewezen door mr. W.P. Sprenger.
1928