ECLI:NL:RBROT:2007:BB8626
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J.A.M. Ahsmann
- J.W. Klein Wolterink
- L.A.C. van Nifterick
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter bestuursrecht rechtbank Rotterdam
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen een rechter van de rechtbank Rotterdam, sector bestuursrecht, omdat hij vreesde dat de rechter vooringenomen was. Dit verzoek volgde na een zitting op 3 oktober 2007 waarin zijn verzetschrift werd behandeld tegen een beslissing van de Deken van de orde van Advocaten.
De wrakingskamer beoordeelde of de vrees voor vooringenomenheid objectief gerechtvaardigd was en of het verzoek tijdig was ingediend. Hoewel verzoeker aanvankelijk werd geacht het verzoek te laat te hebben ingediend, bleek uit het dossier dat hij niet op de zitting van 3 oktober aanwezig was en niet alle feiten toen bekend waren, waardoor het verzoek toch tijdig werd geacht.
De kamer oordeelde dat verzoeker voldoende geïnformeerd was over de procedure en dat het ontbreken van antwoorden op zijn brieven en het niet verschijnen ter zitting hem de mogelijkheid ontnam om nadere informatie te verkrijgen. De beslissing om geen uitstel te verlenen was een rechterlijke bevoegdheid. Er was geen objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen.
De beslissing werd uitgesproken op 22 november 2007 door een meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam, met aanwezigheid van de griffier.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens gebrek aan objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.