ECLI:NL:RBROT:2007:BB8740
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking bouwvergunning wegens niet tijdig aanvang bouwwerkzaamheden en gewijzigde planologische inzichten
Eiser en zijn broer ontvingen in 1990 een bouwvergunning voor de oprichting van een warenhuis met een oppervlakte van 17.929 m². In 2005 maakte de gemeente Westvoorne bekend de vergunning te willen intrekken wegens het niet binnen de gestelde termijn starten van bouwwerkzaamheden. Hoewel er vanaf maart 2005 enkele voorbereidende werkzaamheden plaatsvonden, waren deze niet gericht op de daadwerkelijke realisatie van het warenhuis.
De rechtbank stelde vast dat de bouwvergunning al in 1990 onherroepelijk was geworden en dat de werkzaamheden na vijftien jaar pas begonnen, zonder melding of goedkeuring van het bouwtoezicht. De gemeente was daarom bevoegd de vergunning in te trekken op grond van de bouwverordening die een termijn van 26 weken stelt voor aanvang van de bouw.
Daarnaast speelde het gewijzigde planologisch beleid van de gemeente een rol, gericht op het voorkomen van verspreide glastuinbouw en het herstellen van het landschap. De rechtbank oordeelde dat de gemeente in redelijkheid tot intrekking kon besluiten, mede omdat eiser geen serieuze intentie had om het bouwplan te realiseren maar vooral zijn rechten wilde veiligstellen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten. De uitspraak bevestigt dat het niet tijdig starten van bouwwerkzaamheden en gewijzigde beleidsdoelen een legitieme grond voor intrekking van een bouwvergunning vormen.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de bouwvergunning wordt ongegrond verklaard.