ECLI:NL:RBROT:2007:BB9241
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over charterovereenkomst hotelschip Bellriva voor Baselworld 2007 en ligplaatsweigering
FWW en GRC sloten op 2 november 2006 een charterovereenkomst waarbij GRC het hotelschip Bellriva ter beschikking stelde voor de beurs Baselworld 2007 in Basel. GRC stelde het schip echter niet beschikbaar omdat geen ligplaats werd verleend door de autoriteiten, die exclusieve afspraken hadden met de organisatie van Baselworld.
FWW vordert schadevergoeding wegens niet-nakoming van de overeenkomst. GRC voert verweer met onder meer een beroep op een nadere overeenkomst die de oorspronkelijke vordering zou doen vervallen, en stelt dat FWW tekort is geschoten door niet te communiceren over de exclusieve afspraken met Baselworld. De rechtbank oordeelt dat de nadere overeenkomst niet is gesloten en dat GRC de bewijslast draagt voor de oorzaak van de ligplaatsweigering.
Op basis van onder meer e-mails en brieven is voorshands vastgesteld dat de oorzaak van het niet verlenen van een ligplaats ligt bij het feit dat FWW buiten de organisatie van Baselworld om had gecontracteerd. FWW krijgt de gelegenheid tegenbewijs te leveren. De rechtbank houdt verdere beslissingen aan totdat dit bewijs is geleverd. De terugbetaling van de aanbetaling door GRC is door FWW niet betwist.
De rechtbank wijst erop dat het Nederlandse recht van toepassing is en kwalificeert de overeenkomst als bedoeld in artikel 8:991 BW Pro. De procedure wordt voortgezet met getuigenverhoren gepland in het begin van 2008.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en biedt FWW gelegenheid tegenbewijs te leveren over de oorzaak van de ligplaatsweigering.