ECLI:NL:RBROT:2007:BB9317
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over winstverdeling en goodwill bij voortzetting vennootschap onder firma na uittreding vennoot
Partijen waren vennoten in een vennootschap onder firma (v.o.f.) die op 1 januari 2005 als ontbonden werd beschouwd. Er was geen vennootschapsakte opgesteld en afspraken over winstverdeling waren niet schriftelijk vastgelegd. De vordering van eiser betrof betaling van een bedrag van €213.899,86, inclusief een herziene winstopgave en verrekening van privé-uitgaven die volgens hem onterecht voor 50% aan hem waren toegerekend.
Gedaagde voerde verweer en stelde onder meer dat zij niets meer verschuldigd was op grond van redelijkheid en billijkheid en dat de reeds betaalde bedragen voldoende waren. Daarnaast stelde zij een tegenvordering in reconventie voor verrekening van door haar gemaakte kosten die volgens haar ten onrechte niet waren verrekend.
De rechtbank oordeelde dat de winstverdeling tussen partijen volgens de gemaakte afspraak gelijk was en dat de verrekening van privé-uitgaven niet kon worden aangepast omdat partijen deze altijd fifty-fifty hadden toegerekend. Voor de vraag of en in hoeverre goodwill deel uitmaakt van de verdeling, werd een deskundigenbericht bevolen. De vordering tot betaling van een bedrag voor een personenauto werd afgewezen omdat eiser had erkend deze auto aan gedaagde te hebben geschonken. De rechtbank stelde partijen in de gelegenheid zich uit te laten over de deskundige en de te stellen vragen en hield verdere beslissing aan.
Uitkomst: De rechtbank houdt de zaak aan voor een deskundigenbericht over winstverdeling en goodwill en wijst overige vorderingen deels af.