ECLI:NL:RBROT:2007:BB9675
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Executiegeschil over dwangsommen bij vertraagde verstrekking bankafschriften
Deze zaak betreft een executiegeschil over dwangsommen die zijn opgelegd wegens het niet tijdig verstrekken van bankafschriften. Eiseres was veroordeeld om binnen vier weken bankstukken aan gedaagde te overleggen, onder dreiging van een dwangsom van €500 per dag.
Eiseres stelde dat zij de bankafschriften niet zelf in bezit had en een advocaat had ingeschakeld om deze op te vragen. Zij beriep zich op tijdelijke onmogelijkheid in de zin van artikel 611d Rv vanwege de traagheid van de Postbank, waarvan zij afhankelijk was. De kantonrechter oordeelde dat het inschakelen van een advocaat niet automatisch betekent dat aan de veroordeling is voldaan, omdat de advocaat geen bijzondere bevoegdheden heeft en afhankelijk is van derden.
De vertraging van ongeveer 2,5 maand na betekening van de beschikking werd toegerekend aan de Postbank. De kantonrechter stelde dat de bank in haar risicosfeer handelt en dat het getalm van de bank niet aan de executant kan worden tegengeworpen. De vordering tot opheffing of vermindering van de dwangsommen werd daarom afgewezen.
Eiseres werd veroordeeld in de kosten van de procedure. De uitspraak bevestigt dat een geexecuteerde niet mag vertrouwen op het feit dat inschakeling van een advocaat automatisch leidt tot het niet verbeuren van dwangsommen, en dat vertraging door derden niet aan de executant kan worden toegerekend.
Uitkomst: De vordering tot opheffing of vermindering van de dwangsommen wordt afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.